Stellingen en paradoxen op het gebied van innovatie

De paradox van creativiteit ? luidt: het maken van iets nieuws houdt tevens in het vernietigen van iets ouds. De spanning van het creatieve proces komt voort uit de behoefte van een groep als geheel om niet te veranderen ('waarborgen van de continuïteit', 'behoud van het goede') en de noodzaak om wel te veranderen ('beter waarborgen van de continuïteit', 'het kan altijd beter'). Een groep, als systeem, zal altijd de neiging hebben om een innovatie te verminderen, te absorberen. Deze paradox is dan ook verbonden met de paradox van moed: om een innovatie tweeg te brengen moet je als individu opstaan en tegen de stroom in roeien; er is moed voor nodig om je eigen stem te laten horen in een groep, om tegen de bekende continuïteit in te gaan, je twijfel uit te spreken en ambiguiteit te bespreken. Dat is mijnsinziens een onderdeel van 'personal mastery': innoveren vereist moed en staat 'dus' NIET op gespannen voet met 'personal mastery'. Innoveren wordt het meest bedreigt door defensieve routine: systeem archetypes zoals 'Drifting Goals' en 'Accidental Adversaries'. Het oude is de grootste vijand van het nieuwe.

En waarom gebeurt het dan zo weinig ? Is de persoon te laf of is het klimaat ontmoedigend ? Kijk naar de kleinste module van samenwerking : de afdeling met het "afdelingsmanagement". Daar gaat veel mis. De aandacht van directeuren moet dus gaan naar het klimaat van de kleinste eenheid. Maar ja, dat is niet glamorous...